2.4.5.2 Kernbegrippen

Kernbegrippen van de persoonlijkheidsleer maken het mogelijk om gedrag als min of meer stabiel gedragspatroon te kunnen begrijpen.

Hoe doe ik dat? 

  1. U richt zich op verschillen tussen mensen, u focust daarbij op het individu
  2. U kijkt naar persoon in een situatie
  3. U bestudeert typologieën 
  4. U gaat uit van interactie
  5.  
  6. U bent bekend met het begrip psychopathologie en daarmee ook met de maatstaven voor  'normaal' en 'abnormaal' gedrag
  7. U bent bekend met de meest gebruikte indeling in persoonlijkheidstypen of karaktertrekken (Big 5) en de mogelijkheden en beperkingen hiervan
  8. U weet in hoeverre de menselijke persoonlijkheid een stabiel gegeven is en welke rol de situatie of context speelt
  9. U realiseert zich dat de mens een product is van verschillende inteacties en kunt reactieve, evocatieve en pro-actieve interactie plaatsen.