2.4.5.7 Opdrachten


  1. Geef aan waar de persoonlijkheidsleer zich mee bezighoudt.
  2. Wat wordt er verstaan onder burn-out? Aan welke drie verschijnselen is burn-out te herkennen?
  3. Wat wordt er in het onderzoek van Van Yperen bedoeld met 'hulpverleningsoriëntatie' en met 'onbillijkheid'? Leg met behulp van deze begrippen uit welke verpleegkundigen het meeste kans hebben op het krijgen van een burn-out.
  4. Beschrijf 5 kenmerken die normale mensen in grotere mate hebben dan abnormale mensen.G a aan de hand van deze 5 kenmerken na hoe normaal je zelf bent, dus evalueer jezelf in termen van deze 5 kenmerken.
  5. Leg uit wat er met de typologiebenadering bedoeld wordt en geef hier een voorbeeld van.
  6. Waarin schieten typologiebenaderingen tekort?
  7. Leg uit wat het principe van een traitsbenadering is.
  8. Beschrijf de traits van de 'big five'.
 
9.
 
EXTRAVERSIE hoog ...................................... laag
 
 
 
WARMTE hoog ...................................... laag
 
 
 
NAUWGEZETHEID hoog ...................................... laag
 
 
 
STABILITEIT hoog ...................................... laag
 
 
 
OPENHEID hoog ...................................... laag
 
 
 
 
 
a Vul voor jezelf het hierboven afgedrukte persoonlijkheidsprofiel (aan de hand van de 'big five') zo goed mogelijk in. Voor ieder van de 5 eigenschappen plaats je een kruisje ergens op de lijn die loopt van 'hoog' naar 'laag'.
 
b Laat iemand die jou goed kent dit profiel voor jou invullen.
 
c Vergelijk de 2 profielen en bespreek ze met elkaar, vooral de punten waarop de profielen verschillen.
 
 
 
10 Is de menselijke persoonlijkheid een stabiel gegeven of situatie afhankelijk? Onderbouw je antwoord in eigen woorden.
 
 
 
11 Leg uit wat reactieve, evocatieve en pro-actieve interactie is en vertaal alledrie de begrippen naar een voorbeeld uit je eigen leven.
 
 
 
12 Geef aan wat het belang van de persoonlijkheidsleer voor de verpleegkundige is.
 
 
 
13 Noem drie voorbeelden van typen zorgvragers en beschrijf voor ieder type een passende benaderingswijze.
 
 
 
14 Leg uit wat het gevaar is van het indelen van mensen in categorieën.
 
 
 
15 a Wat is een vooroordeel (zoek dit eventueel op in het woordenboek)?
 
b Hoe komen mensen aan hun vooroordelen?
 
c Probeer of je de volgende uitspraak uit kunt leggen: vooroordelen zeggen meer over de mensen die hebben dan over de mensen over wie ze gaan.
 
d Ben je zelf vrij van vooroordelen?
 
e Zullen je eigen vooroordelen een rol spelen bij je verpleegkundige beroepsuitoefening?
 
f Bespreek de antwoorden op deze vragen binnen je lesgroep.