2.2.1.1.2 Kernbegrippen

De biologische psychologie houdt zich bezig met het verband tussen biologische processen en het gedrag van de mens. 

Hoe doe ik dat?

  1. U bent geinteresseerd in overeenkomsten, maar ook in verschillen
  2. U verdiept zich in het nature-nurture-debat (NN-Debat)
  3. U hanteert een aantal (andere) biologisch-psychologische principes
  4. U gaat er van uit dat gedrag (handelingen, maar ook ons denken en het ervaren van emoties) samen gaat met biologische processen in het lichaam. Bestuderen van gedrag betekent dan ook het bestuderen van de (details van) de biologische processen die aan het gedrag ten grondslag liggen.
  5. U ziet de hersenen als centraal orgaan bij het sturen van gedrag. De hersenen staan via zenuwen en hormonen in verbinding met het hele lichaam om signalen vanuit het lichaam op te kunnen vangen en om, omgekeerd, signalen naar het lichaam toe te kunnen sturen.
  6. U weet dat er discussie bestaat over de vraag in hoeverre de hersenen ook het gedrag bepalen, of de vrije wil bestaat etc. 
  7. U gaat er van uit dat erfelijk materiaal bepalend is voor ontwikkeling en gedrag. Dit erfelijk materiaal is het resultaat van een heel lang evolutieproces. Om de opbouw en werking van de hersenen van de tegenwoordige mens te bestuderen, is het ook belangrijk te bekijken hoe de hersenen zich in de loop van de evolutie hebben ontwikkeld. Hierbij wordt ook gekeken naar bouw en functie van de hersenen van (andere) dieren, die evolutionair gezien voorlopers van de mens zijn.