2.2.1.2.2.1.2 Operante conditionering

Bij operante conditionering gaat het erom welke consequenties je eigen gedrag voor je heeft, wat voor jou de gevolgen van je eigen gedrag zijn. Levert het je wat op of word je er alleen maar slechter van? De leertheorie voorspelt dat, wanneer je gedrag prettige gevolgen voor je heeft je meer van dat gedrag zult gaan vertonen en omgekeerd, dat je gedrag dat onprettige gevolgen voor je heeft, minder zult gaan vertonen.
Geheel in de traditie van het behaviorisme wordt dit weer eerst verduidelijkt aan de hand van gedragsonderzoek bij dieren. Skinner gebruikte bijvoorbeeld in onderzoeken naar operant conditioneren de zogenaamde Skinner-box, een soort kooitje waarin hij een rat kon stoppen om vervolgens het gedrag van de rat te gaan observeren (afb. 3.6).
In dit kooitje is een hendeltje aangebracht. Als de rat op dit hendeltje drukt, krijgt hij een voedselbrokje. Op het moment dat de rat het kooitje ingaat weet hij dit natuurlijk niet, dus hij gaat gewoon eens wat rondlopen, snuffelt eens hier en daar aan, doet eens een poepje tot hij op een gegeven moment, eigenlijk toevallig, het hendeltje aanraakt. Er valt dan een voedselbrokje in de kooi en als de rat zo langzamerhand wel wat trek heeft gekregen dan kun je je voorstellen dat dit voor hem een prettige gebeurtenis is. Als hij een tijdje later weer min of meer toevallig het hendeltje aanraakt en dit levert weer een voedselbrokje op dan is dit voor de rat opnieuw een leuk gevolg. Als de rat eenmaal doorheeft dat het voedselbrokje in de kooi valt als gevolg van het feit dat hij op het hendeltje drukt kun je waarschijnlijk wel voorspellen wat hij gaat doen: op het hendeltje blijven drukken tot hij zijn honger helemaal heeft gestild. In schema:
 
[kader]
gedrag (op het hendeltje drukken) -> wordt beloond (voedselbrokje) -> meer van dat gedrag (op het hendeltje drukken)
[xkader]
 
Omgekeerd werkt hetzelfde principe: stel je doet een muis in een kooitje waarvan de linker helft van de vloer onder een heel zwak stroompje staat. De muis weet dit natuurlijk niet en zal in eerste instantie gewoon door het hele kooitje gaan rondlopen. Telkens wanneer hij op de linker helft van de vloer komt, wordt dit `afgestraft' met een stroomstootje en zal de muis maken dat hij weer op de rechter helft van de vloer komt die niet onder stroom staat. Na verloop van tijd zul je zien dat de muis helemaal niet meer aan de linker kant van de kooi komt. In schema:
 
[kader]
gedrag (lopen op de linker helft van de kooi) -> wordt afgestraft (stroomstootje) -> minder van dat gedrag (dus minder of helemaal niet meer op de linker helft komen)
[xkader]
 
Binnen de operante condtionering worden in totaal vijf mogelijke consequenties van gedrag onderscheiden:
 
- je gedrag kan je iets prettigs opleveren: positieve bekrachtiging (zoals in het voorbeeld van de rat)
- je gedrag kan iets onprettigs van je wegnemen: negatieve bekrachtiging
- je gedrag kan je iets onprettigs opleveren: positieve straf (zoals in het voorbeeld van de muis)
- je gedrag kan iets prettigs van je wegnemen: negatieve straf oftewel gedragskosten
- er volgt geen enkele consequentie op je gedrag: er vindt extinctie van je gedrag plaats. In een sociale situatie betekent dit dat je gedrag wordt genegeerd.
 
Hierbij worden positieve en negatieve bekrachtiging door mensen als prettige gevolgen van hun gedrag ervaren. Wanneer gedrag positief of negatief bekrachtigd wordt zullen mensen er dus toe neigen om meer van dit gedrag te gaan vertonen.
Positieve en negatieve straf maar ook extinctie van gedrag worden door mensen als onprettige gevolgen van hun gedrag ervaren. Wanneer gedrag positief of negatief bestraft wordt of genegeerd wordt zullen mensen er dus toe neigen om minder van dit gedrag te gaan vertonen.
 
Voorbeelden:
- positieve bekrachtiging: je hebt hard geleerd voor een toets en je haalt een heel goed cijfer
- negatieve bekrachtiging: je neemt een aspirientje in omdat je hoofdpijn hebt en de hoofdpijn verdwijnt
- positieve straf: je drinkt teveel alcohol en hebt de volgende dag een enorme kater
- negatieve straf: omdat Jeroen zijn corveetaak niet gedaan heeft in de instelling mag hij vanavond geen t.v. kijken
- extinctie: Lonneke roept steeds 'poep' en 'pies' onder het eten. Niemand vertrekt een spier of reageert anderszins op Lonneke's kreten.
 
Als je werkt in de gezondheidszorg is het heel belangrijk om je van deze principes bewust te zijn, omdat jij in je gedrag bewust of onbewust belonend of bestraffend op mensen kunt reageren waardoor je dus beïnvloedt of mensen meer of minder van dit gedrag gaan vertonen. Het is dan wel handig als je zodanig reageert dat mensen juist meer prettig, gewenst, aangepast gedrag gaan vertonen en niet steeds meer onprettig, ongewenst en onaangepast gedrag. Een voorbeeld kan dit wellicht duidelijk maken.
Stel, je werkt op een afdeling in een verpleeghuis waar de bewoners overdag in de huiskamer verblijven. De verzorgenden en verpleegkundigen op deze afdeling hebben het heel druk en zijn niet zo heel veel in die huiskamer te vinden. Een aantal bewoners in de huiskamer vertoont gewenst gedrag; ze houden zichzelf bezig met lezen, kaarten, televisiekijken, enzovoort. Eén bewoner gaat echter steeds zitten gillen. Dit gedrag wordt door medebewoners en personeel als ongewenst ervaren. Steeds wanneer deze bewoner gilt komt er iemand van het personeel naar hem toe om te vragen of hij hiermee wil ophouden. Er wordt dan een praatje met hem gemaakt waarin uitgelegd wordt dat het gillen hinderlijk is voor de andere mensen op de afdeling. Als je in deze situatie eens bekijkt wie er nu de meeste aandacht van het personeel krijgt dan valt op dat dit de persoon is die het ongewenste gedrag vertoont. Je kunt je voorstellen dat op zo'n drukke afdeling aandacht van het personeel als belonend ervaren wordt. Ieder mens heeft per slot van rekening behoefte aan aandacht. Op deze afdeling is dus eigenlijk het volgende aan de hand:
- als je keurig aangepast gedrag vertoont in de huiskamer krijg je geen beloning (in de vorm van aandacht)
- als je storend, ongewenst gedrag vertoont in de huiskamer krijg je wel een beloning (in de vorm van aandacht).
 
Eigenlijk geef je bewoners hiermee de volgende boodschap: als je aandacht wilt krijgen op deze afdeling dan moet je vooral veel ongewenst gedrag vertonen, want dan komt er tenminste iemand. Als bewoners dit eenmaal doorhebben, kun je je misschien wel voorstellen dat het een enorme puinhoop wordt op de afdeling en dat er voor hen niet meer prettig te wonen en voor jou niet meer prettig te werken is.
Een betere strategie is om juist positief, belonend te reageren op gewenst gedrag. Je moet dus juist aandacht geven aan de mensen die gewenst gedrag vertonen. Ongewenst gedrag kun je beter negeren. Mensen ervaren dan dat het ongewenste gedrag hen niets `oplevert' in de vorm van aandacht, maar gewenst gedrag wel. Met deze strategie bereik je dat mensen meer gewenst en minder ongewenst gedrag gaan vertonen en dit is dus precies wat je wilt.
 
[afb. 3.7] = afb. 3.5 niv. 4
onderschrift: wanneer gedrag een prettig gevolg heeft neigt men ernaar om meer van dit gedrag te gaan vertonen
wanneer gedrag een onprettig gevolg heeft neigt men ernaar om minder van dit gedrag te gaan vertonen
 
Bij deze strategie moeten de volgende opmerkingen gemaakt worden:
- Niet alle ongewenste gedrag kan genegeerd worden. Als een bewoner een andere bewoner aanvalt of dingen in de huiskamer vernielt zul je toch moeten ingrijpen. Doe dit dan op een zo neutraal mogelijke manier, zodat jouw ingrijpen met zo min mogelijk `belonende aandacht' voor de bewoner gepaard gaat.
- Het moet gaan om ongewenst gedrag waarbij de vraag om aandacht een rol speelt. Als iemand met zijn vinger tussen de deur zit en daarom gilt zeg je niet: "Gillen is ongewenst gedrag dus we negeren het maar". In dit geval is het gillen geen ongewenst gedrag maar functioneel gedrag, waarop je uiteraard wel moet reageren.
- Wanneer je deze gedragsbeïnvloedende strategie wilt toepassen moet het team in de benadering op één lijn zitten. Alle teamleden moeten consequent op dezelfde manier reageren. Wanneer iedereen ongewenst gedrag negeert op een of twee mensen na zal het ongewenste gedrag hierdoor juist in stand gehouden worden. Dit kan betekenen dat ook vertegenwoordigers van andere disciplines en familieleden betrokken moeten worden bij het toepassen van de hierboven beschreven strategie.
- Wanneer je begint met het toepassen van de strategie om het ongewenste gedrag te negeren (en daarnaast gewenst gedrag te belonen) moet je er rekening mee houden dat het ongewenste gedrag eerst erger zal worden. Gegil leverde een bewoner bijvoorbeeld altijd aandacht op, en als dat ineens niet meer zo is zal de eerste reactie zijn om harder te gaan gillen. In deze fase van de strijd is het belangrijk om de moed niet te snel op te geven en consequent door te gaan met het toepassen van de strategie. Uiteindelijk zal de bewoner `leren' dat gillen geen aandacht (meer) oplevert maar juist het rustig zijn wel.