2.4.6.1.1.2.1.2 Lange-T

Het langetermijngeheugen (LTG) slaat informatie op voor langere tijd. In principe slaat het lange-termijngeheugen de gegevens voor altijd op, zolang deze maar geregeld herhaald worden. Het LTG wordt doorgaans in twee ondervormen onderverdeeld: expliciet (declaratief) en impliciet (niet-declaratief geheugen). 

Het expliciet geheugen is een geheugenvorm waarbij we informatie opslaan die we ons bewust kunnen herinneren. Deze herinneringen kunnen we vervolgens ook voor de geest halen, de herinnering als het ware afspelen in ons bewustzijn. Er staat bijvoorbeeld opgeslagen wie je vader en moeder is en hoe je moet optellen. Gegevens opslaan in het expliciete geheugen kan zeer snel gaan, soms hoeft een persoon maar één keer iets waar te nemen om het zijn of haar leven lang te onthouden. Het expliciete geheugen is weer onder te verdelen in een semantisch en een episodisch expliciet geheugen.

 

Het  semantisch geheugen bevat alle kennis over de omringende wereld die niet autobiografisch is. Hieronder valt bijvoorbeeld kennis over dieren en diersoorten, geografische kennis en geschiedenis. Semantisch geheugen omvat ook het herkennen van bijvoorbeeld familie, vrienden en kennissen

 

Naast het semantisch geheugen, bestaat er het episodisch geheugen. Dit geheugen wordt gebruikt om gebeurtenissen te herinneren. Hieronder valt ook het autobiografisch geheugen, waarmee persoonlijke gebeurtenissen worden herinnerd. Een voorbeeld kan iemands eerste schooldag zijn, of de trouwdag.

 

Het impliciet geheugen is een vorm van het langetermijngeheugen waarbij er niet direct sprake is van bewuste beleving van of toegang tot opgeslagen kennis. Deze vorm van geheugen komt vooral tot uiting in beter presteren in bepaalde taken na herhaalde oefening (zoals leren fietsen of tennissen) of na eerdere kennismaking met bepaald stimulusmateriaal. Het impliciet geheugen bestaat uit meerdere deelvormen, zoals procedureel geheugen, priming en conditionering. 

Het procedureel geheugen, ook wel skill learning, bevat vooral gegevens over motorische vaardigheden (Hoe moet je fietsen?), maar ook gegevens over bepaalde cognitieve vaardigheden, zoals lezen. Hoe vaker je een vaardigheid herhaalt, hoe beter deze op wordt geslagen.

Priming is een geheugenvorm die ervoor zorgt dat iemand eerder zal reageren op een bepaalde prikkel van buiten af als deze al eens opgeslagen is dan wanneer deze prikkel nog nooit ontvangen is.

Conditionering bestaat uit klassieke- en operante conditionering. Samengevat houdt het voor beide in dat iemand in staat is twee zaken met elkaar te associëren. Zo weet een hond dat hij wordt uitgelaten wanneer het baasje de wandelschoenen aantrekt (klassieke conditionering). Dezelfde hond weet ook dat deze niet op de bank moet gaan zitten omdat zijn baasje dan boos wordt (operante conditionering).