2.4.6.1.1 Voorhersenen

De voorhersenen (prosencephalon) vormen het meest ontwikkelde en grootste gedeelte van de hersenen. De voorhersenen bestaan uit de grote hersenen en uit structuren die onder de grote hersenen liggen, zoals de hypofyse en hypothalamus (afscheiden van hormonen), basale kernen (controle van bewegingen) en het limbische systeem (o.a. emotie en geheugen).

De grote hersenen vormen het bovenste gedeelte van de hersenen. Alle intellectuele activiteiten worden in de grote hersenen gereguleerd. Hier zijn de herinneringen opgeslagen. Daarnaast zijn de grote hersenen betrokken bij plannen, de verbeelding en het denken.
De buitenste laag van de grote hersenen (en de kleine hersenen) wordt de hersenschors genoemd. Hier wordt informatie uit de rest van het lichaam ontvangen, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De hersenschors heeft belangrijke functies met betrekking tot het opslaan en oproepen van informatie (geheugen), het leren, analyseren, ontcijferen van zintuiglijke informatie (sensorische hersenschors) en het opwekken van bewust gewilde reacties (motorische hersenschors).

De grote hersenen bestaan uit twee helften (hemisferen) die door een diepe groeve zijn gescheiden. Aan de basis van deze groeve zijn de twee hersenhelften in het midden verbonden door een dikke strook van zenuwvezels, de hersenbalk (corpus callosum). Deze zorgt ervoor dat de beide hersenhelften informatie kunnen uitwisselen. Beide hersenhelften worden in vier kwabben verdeeld.

Hoe doe ik dat?

  1. U verdiept zich in de hersenkwabben
  2. U beschikt over de specifieke kennis omtrent geheugen- en leerfuncties