2.2.1.3.2.3 Blikvernauwing

Emoties sturen het gedrag en de mentale verwerkingsprocessen die daaraan voorafgaan waarbij sprake is van een sterke focus op een bepaalde situatie of stimulus. Dat gaat gepaard met kortzichtigheid en versimpeling ; men plaats alles op de voorgrond wat te maken heeft met het belang waarvoor de emotie staat. Alle andere indrukken verschuiven naar de achtergrond. Het verband tussen de sterkte van emoties en het denkvermogen geeft men grafisch weer met een omgekeerde U-vorm.              

Deze relatie tussen emotie en denkvermogen levert een belangrijke richtlijn voor het omgaan met emoties in gesprekken. Bij afwezigheid van emotionele betrokkenheid (links onder) is het denkvermogen gering. Gebrek aan interesse maakt het niet de moeite waard ergens over na te denken. Bij meer emotionele betrokkenheid neemt ook de aandacht voor informatie toe. In het midden van de curve ligt de optimale verhouding. Matig sterke emoties hebben zo een gunstig sturend effect. Er is sprake van een zekere spanning en alertheid die nodig zijn voor een optimale denkprestatie. Bij nog sterkere emoties krijgen kortzichtigheid en versimpeling de overhand. De aandacht vernauwt zich, er is onvoldoende afstand om tot een weloverwogen oordeel te komen, de bewuste controle over het gedrag gaat verloren en de persoon wordt overspoeld door de emoties. Vandaar de uitspraak: "een mens is nooit intelligenter dan zijn emoties hem toestaan".